Het risicoprofiel van de verschillende spaarvormen heeft te maken met de keuze voor een verzekeringcontract als spaar- of beleggingsinstrument.
In het eerste geval bent u verzekerd van een gewaarborgd rendement, eventueel aangevuld met een winstdeelname. Deze formule is vanzelfsprekend meer geschikt voor mensen met een laag risicoprofiel of voor iemand die liever op veilig speelt.
Wie wat meer risico's aandurft, zal zich prettiger voelen met de combinatie levensverzekering/beleggingsfonds, maar ook in deze formule kunnen de risico's sterk ingeperkt worden. Verzekeraars gebruiken voor het onderwerp levensverzekeringen een aparte terminologie.
Er wordt gesproken in termen van tak 21, tak 23 of tak 26, alsof het over de onderdelen van een boom gaat.
Het begrijpen van deze terminologie is echter minder moeilijk dan men op het eerste gezicht zou denken.
Tak 21
Als 1e: Levensverzekeringen van de types Universal Life en klassieke levensverzekeringen met periodieke premies worden als tak 21 omschreven.
Meestal wordt tak 21 als een spaarproduct beschouwd, want het betreft een levensverzekering met gewaarborgd rendement.
Dat gewaarborgd rendement kan nog aangevuld worden met een winstdeelname, dit naargelang van de prestaties die de gespecialiseerde beheerders van het fonds tijdens het afgelopen jaar hebben geleverd.
De beheerders van tak 21-producten kiezen voor veiligheid en beleggen daarom vooral in vastrentende waarden zoals obligaties en kasbons.
Het gewaarborgd rendement, aangevuld met eventueel een winstbijdrage, maakt dat de tak 21-formule als een uitstekend en waardevol alternatief voor spaar- en/of termijnrekeningen mag beschouwd worden. Overigens zijn tak 21-producten veel meer verspreid dan algemeen is geweten. Wie een groepsverzekering heeft, belegt waarschijnlijk zonder het zelf te weten via tak 21.
De meeste groepsverzekeringen volgen namelijk deze formule.
De markt van de levensverzekeringsproducten kent een zeer grote verscheidenheid met een zeer divers aanbod. Het is uiteindelijk de bedoeling dat iedereen in dat aanbod zijn weg vindt.
Het belangrijkste verschil tussen tak 21 en tak 23 is het ontbreken van de waarborg van een gegarandeerd rendement. Bij de tak 21-formule is die waarborg er wel, bij de tak 23-producten niet.
In feite is een tak 23-product een levensverzekering gekoppeld aan beleggingsfondsen, waarbij het rendement afhankelijk is van de prestaties van die fondsen.
Over een lange termijn kunnen de meeste beleggingsfondsen goed presteren.
Tak 23 kan daarom een bijzonder interessante formule zijn om in te beleggen.
Bij het afsluiten van een dergelijk contract zal u er steeds worden op gewezen dat rendementen uit het verleden geen enkele garantie naar de toekomst toe bieden en er zal geluisterd en gekeken worden naar het bij u passend risicoprofiel.
De Tak 26-producten zijn voor vennootschappen en verenigingen een interessant alternatief voor een tak 21- of een tak 23-product en dat vanwege de zeer strikte voorwaarden die bij deze laatste producten aan de verzekerde worden gesteld.
Bij de tak 26-formule is er geen verzekerd risico, geen verzekerde en geen begunstigde bij afloop van het contract. Toch mogen ze als levensverzekeringsproducten beschouwd worden.
Een tak 26 is een kapitalisatiecontract, met een looptijd die kan variëren maar zich meestal beperkt tot een periode van acht jaar. Net als bij een product tak 21 is er de waarborg van een gegarandeerd rendement, eventueel aangevuld met een winstdeelname.
We zetten enkele voordelen van een tak 26-product op een rijtje:
➢ zowel voor bedrijven als voor particulieren
➢ alle voorwaarden worden op voorhand contractueel vastgelegd en gelden voor de volledige duur van het contact.
➢ er is een gewaarborgd rendement, eventueel aanvulbaar met een winstdeelname (de situatie wordt van jaar tot jaar herbekeken)
➢ het bedrag is op eender welk moment beschikbaar/opvraagbaar
➢ het kapitalisatieprincipe geldt, wat wil zeggen dat de intresten op hun beurt intresten opbrengen
De tak 26-formule is nog relatief nieuw en daarom nog niet wijd verspreid. In geval van opnames wordt er 15% roerende voorheffing ingehouden.
Is de intekenaar onderworpen aan de vennootschapbelasting, dan zijn de intresten belastbare roerende inkomsten en is de ingehouden roerende voorheffing verrekenbaar met de te betalen belasting door de vennootschap.
Is de rechtspersoon een VZW die onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting, dan is de roerende voorheffing een definitieve belasting.